Alles is altijd nieuw.

Ik zeg het regelmatig tegen mensen die ik coach terwijl we door het bos wandelen of binnen tegenover mekaar zitten:

“Je staat er misschien nooit bij stil, maar alle emoties en gedachten en pijn die je gisteren en eergisteren en alle jaren daarvoor hebt gehad, zijn er niet meer.”

Hm.

Meestal knikken ze dan wat, vaak een beetje aarzelend.

Hun blik gaat schuin omhoog, onderzoekend, grijpend, om vat te krijgen op wat ik zeg, om het te vergelijken met wat ze al denken te weten.

Het kwartje valt nog niet.

“Je kunt er nog wel aan dénken en dat kan pijn doen, maar dat is een herinnering, en niet hetzelfde. Het is weg, voorbij” zeg ik dan.

Uhu, zie ik ze dan meestal denken.

Nou en?

En dat is juist het probleem: we zien de impact niet van hoe alles komt en gaat en hoe dat nooit anders is geweest en zal zijn.

Want als we míddenin een nieuwe shitstorm zitten, lijkt het alsof het nooit meer voorbij zal gaan, alsof we er voor altijd en eeuwig mee opgescheept zitten, alsof we geen dag meer zullen wakker worden zonder dit gruwelijke stinkende monster naast ons, loerend, snuivend, wachtend.

We hebben keer op keer het onuitgesproken en niet onderzochte idee dat onze nieuwe emoties of situaties die we ingewikkeld en eng vinden, eindeloos lang zullen duren en ons voorgoed zullen beschadigen.

Ook al weten we dondersgoed dat het niet echt zo werkt.

We zijn onverbeterlijke drama queens, aandoenlijke naïevelingen, en steken een bizar groot deel van ons leven in het vechten tegen draken die niet bestaan, die van karton zijn, of waarvan we uit ervaring zouden kunnen weten dat ze in no time weer sterven, vanzelf.

Want dat deden ze namelijk altijd.

Alleen zien we het niet op het moment dat we bevangen raken door ongemak.

We vergeten het chronisch.

Maar sta hier vooral even bij stil:

Ons leven is continu nieuw, maagdelijk, vers.

Steeds leven we in tijd die nog nooit eerder heeft plaatsgevonden.

De wereld is altijd nieuw.

Deze seconde is nieuw, en uniek.

Deze ook.

En weer een, nieuw! NIEUW!!

Het leven wordt gecreëerd terwijl we erbij staan, het ontstaat van moment tot moment in een vorm die letterlijk uniek is… en op de een of andere manier dringt dat maar niet tot ons door.

Alles wat we ooit meemaken is voor het eerst op die heel specifieke manier onder die bepaalde omstandigheden in dat bepaalde moment van je leven, zónder uitzondering -zelfs als we iets vergelijkbaars al duizend keer hebben gedaan of gezien of beleefd.

Hoe lang we hier ook al rondstruikelen met al onze goede bedoelingen: we zullen nooit weten wat er straks gebeurt, wie we ontmoeten of nooit meer zien, hoe het loopt of stokt of tijdelijk pruttelt, wat we zullen voelen en ervaren, en hoe we dingen in een ander licht zien als we simpelweg een beetje verder zijn in de tijd.

“Nou en?” zeg je nu misschien.

“Moeten we onze pijn dan maar weglachen, onze angst proberen te smoren onder een dikke deken van positief denken, en alles lekker veilig negeren?”

“Moeten we maar doen alsof we niet voelen, alsof niets ons raakt, NOU?!”

Absoluut niet.

Maar een beetje meer begrip van waar we staan en hoe het werkt, iets meer vertrouwen in de manier waarop het leven zich ontvouwt, maakt alles uiteindelijk een heel stuk draaglijker, prettiger, hoopvoller.

We leven het leven alsof het een glibberige, zware last is die we moeizaam voor ons uit moeten duwen, de heuvel op. Alsof we al precies weten wat we zullen krijgen, hoe het gaat lopen, wat ons onthouden zal worden, hoe we zullen lijden.

Maar zo werkt het niet, zo ís het niet.

Dus ook al zie je op dit moment geen mogelijkheden, geen uitweg, geen verlichting, ook al lijkt het nu zo klaar als een klontje dat het nooit beter zal worden: het is slechts je voorbije leven dat je op de toekomst plakt.

Niemand weet hoe het zal lopen.

Kijk maar gewoon.

Leef maar.