Staar je niet blind op je dromen.

Oké, je bent er, je hebt hem of haar.

Fuck yeah!

Na weken hopen, na maanden wachten, na jaren zwoegen.

Eindelijk is het zover.

Je droombaan.

Je droompartner.

Die droomreis.

Je droomhuis.

De auto van je dromen.

Eindelijk.

Maar dan? Wat dan?

Wat gebeurt er als het stof is gezakt, de champagne op, de euforie getemperd?

Hier blijven de meeste mensen plakken.

Want we kijken nooit verder dan dat ene magische punt.

En wat dan?

Spijt.

Dit hele fenomeen werkt overigens van twee kanten.

Niet alleen onze dromen blijken vaak het eindpunt van onze mijmeringen en onze voorspellingen: het geldt ook voor de nachtmerries.

We stoppen niet alleen met denken tot het moment waar we zo intens naar verlangen: ook waar we bang voor en onzeker over zijn lijkt een soort eindstation, een grote enge grijze vlek die oplost in oneindigheid.

‘Wat nou als ik deze baan kies maar over een half jaar spijt krijg?’

‘Wat nou als ik dit of dat doe, maar het blijkt niet te zijn wat ik dacht?’

‘Wat nou als…?’

Ja, wat dan?

Nou, niks. En alles.

Net als na het scoren van je droombaan of -partner of -reis of -huis of -voertuig.

Het leven gaat door.

Hoofdpijn gaat door, orgasmes gaan door.

Er is winst, en verlies laat nooit lang op zich wachten.

Balen gaat door, en lachen tot je ervan moet huilen gebeurt ook gewoon.

Verdriet borrelt op, opluchting zal door je lijf gieren.

Er komen splinternieuwe doelen, en oude ideeën verkruimelen.

Ook mét je droombaan op zak.

Ook als je heel veel spijt hebt.

Want de essentie van leven is beweging.

Even uitrusten.

Dus: moet je vooruit kijken? Of juist niet?

Mag je dromen, of moet je ‘realistisch’ zijn en niets verwachten?

Geen idee, zoek dat vooral lekker zelf uit.

Het is jouw leven.

Het is allebei goed.

Speel er lekker mee.

Maar laat me je één tip geven: staar je er vooral niet blind op.

Zowel je droom als je nachtmerrie is geen eindbestemming, niet de laatste halte.

Het is hooguit een eiland in de tijd waar je even wat kunt uitrusten, waar je om je heen kunt kijken, genieten, of balen en je wonden likken.

En dan gaat alles weer door.

Alles gaat altijd weer door.

Dus wacht niet op ooit, verlies je niet in de ‘wat nou als’-verzuchtingen, maar geniet schandalig en schaamteloos van wat er in de tussentijd gebeurt.

En doe het nu.