De totale vrijheid van niet-weten.

Er was een tijd dat ik geen stap durfde te zetten zonder strakke plannen of uitgewerkte ideeën, omdat ik niets of niemand vertrouwde en altijd rekening hield met het ergste. Veilig was heilig.

Het leven bestond uit complexe puzzels die ik altijd achteraf pas begreep, maar steeds weer probeerde van tevoren te beïnvloeden.

Ik las honderden boeken over hoe ik kon veranderen, want ik was altijd bang, onzeker en chronisch in de war, en er was eindeloos veel aan mezelf te verbeteren (en te verketteren, vooral dat).

Ik luisterde gebiologeerd naar wat anderen gedaan hadden om hun vrijheid te vinden en vol levenslust en nieuwsgierigheid door de wereld te stappen, ik las hun succesverhalen en probeerde ze krampachtig te imiteren.

(Alsof je meer vrede met jezelf zou kunnen krijgen door op een ander te lijken.)

Met elk beetje kennis dat ik vergaarde, met elke routine die ik halfslachtig overnam van iemand die ik bewonderde omdat hij of zij het in mijn ogen ‘snapte’, bouwde ik verder aan een arsenaal dat me door tijden van intense twijfel zou moeten loodsen.

Ik zocht een platform waarop ik kon schuilen voor alles wat bedreigend was.

En dat was veel. Heel, heel veel.

In de jaren dat ik de angst en de stress nog niet van me had afgeschud, dat ik me het liefst verstopte en het grenzeloze spelen met mijn mondhoeken vol denkbeeldige pindakaas nog niet had herontdekt, vertrouwde ik niets of niemand, en mezelf al helemaal niet.

Ik maakte voor alles plannen en lijsten en scenario’s, en als iets zich daar niet voor leende, begon ik er niet eens aan.

Ik bereidde gesprekken grondig voor, verzon reservegrappen, en moest mezelf finaal oppeppen voor ieder feestje of andere sociale uitdaging.

Als ik met iemand praatte en niet minstens drie snedige opmerkingen per minuut maakte, of langer dan vijf seconden niks spannends wist terug te zeggen, had ik hopeloos gefaald, en kon ik net zo goed weer naar huis.

En dat deed ik dan ook, staart tussen de benen.

Om te drinken, hard te drinken.

Want dat was mijn oplossing voor alles.

Als ik het niet wist, als ik het ECHT niet meer wist, was er altijd nog dat ene ding dat ik wél wist: de fles hielp me van mijn onrust af.

In elk geval tijdelijk.

Het waren de jaren dat ik dacht dat ik alles moest weten en voorspellen en inschatten en -calculeren om veilig aan de overkant te komen.

Maar ondertussen bleef ik waar ik was, verstijfd van angst, want ik wist ergens wel dat alles weten nooit zou gebeuren.

Het idee dat ik moest improviseren, dat ik niets anders te doen had dan vertrouwen en blind springen, dat het oké was om met open hart het avontuur in te lopen, maakte me letterlijk doodsbenauwd.

Tot ik het niet meer kon vermijden.

Tot ik bijna stikte van de regeltjes die ik mezelf had opgelegd, de eisen die ik stelde, de voorwaarden die ik nodig had om perfect te functioneren (iets wat overigens nooit lukte, maar ik vertel je vast niets nieuws).

Tot het moment dat wie ik werkelijk ben zo goed als verdwenen leek onder het gewicht van wie ik dacht te moeten zijn.

En toen stopte ik.

Ik hield ermee op.

Ik stopte met streven, met wachten op het perfecte moment.

Ik stopte met toegeven aan zelfverwijt, met zwelgen in vodka, met vluchten in drugs en dromen over een leven dat niet bestond en nooit zou bestaan, simpelweg omdat het gebaseerd was op een zekerheid die onmogelijk is.

Ik gaf niet langer toe aan mijn angst, alsof ik eindelijk zag dat het monster op de stoel voor mijn raam dat in het maanlicht naar me grijnsde, in werkelijkheid mijn dikke wollen trui was.

Ik weigerde nog langer te denken dat ik het allemaal moet weten, want je KUNT het niet allemaal weten, en dat is juist het hele idee!

Ik stopte met forceren, met duwen en trekken en zwoegen.

En ik begon met leven.

Eindelijk.

En vanaf dat moment werd alles anders, ís alles anders.

Elke dag weer begin ik met een schone lei, een leeg doek, en een enorme doos vol potloden en potten verf om het leven te kleuren zoals ik dat wil.

Ik heb natuurlijk zo mijn voorkeuren en dromen, maar weet nooit hoe het loopt en dat is oké, want ik zie het vanzelf wel gebeuren, en als je niet meer zo hangt aan een bepaalde uitkomst, valt het eigenlijk nooit tegen.

En die kinderlijke verwondering, die heerlijk opwindende onzekerheid, die letterlijk eindeloze mogelijkheden en het idee dat ik EN ridder EN astronaut EN cowboy EN leeuw kan zijn als ik dat wil, maken het magisch.

Dus durf het vooral niet te weten.

Je zal versteld staan.