De zelfvervullende treurigheid van kritische mensen.

Dat klinkt misschien onschuldig en zelfs deugdelijk, maar in mijn ogen zorgt het voor een nogal beperkende levenshouding.

Er zijn vrij veel mensen die zichzelf met enige trots ‘kritisch’ noemen.

Het wordt leidend.

Kritische mensen zijn namelijk niet gewoon kritisch, maar geobsedeerd.

Geobsedeerd door en gefocust op dingen waar ze iets van kunnen vinden.

Altijd op zoek naar zaken waar ze ingewikkeld over kunnen doen, over kunnen klagen, die ze kunnen neersabelen na een kansloze vergelijking met iets wat hun goedkeuring ooit heeft kunnen wegdragen -en waarschijnlijk nooit meer overtroffen kan worden.

Kritische mensen zien het als hun ongeschreven taak om elke dag opnieuw naarstig op zoek te gaan naar mogelijkheden om kritisch te zijn, en bekijken het leven vaak door een onverdraagzame, verwijtende en vernauwende bril.

Overigens werkt dit principe niet alleen bij kritische mensen.

Want wat voor hen geldt, gaat natuurlijk ook moeiteloos op voor iedereen die zich koppig noemt, of kieskeurig, bescheiden, oncreatief, onhandig, laf, nuchter, onsportief, afwachtend, zorgzaam, assertief of angstig.

Je gaat je gedragen naar hoe je over jezelf denkt.

Het wordt een sturend thema.

De motor achter je gedrag.

Zo’n hopeloos eenzijdige en begrensde kijk op wat je in huis hebt (die vaak gebaseerd is op een handvol oude situaties of een reeks al dan niet argeloze opmerkingen van een van je ouders of ander bepalend figuur in je leven), kneedt je houding in de wereld, en bepaalt argeloos je reacties.

‘Oh ja, ik ben koppig, laat ik vooral weer even gaan dwarsliggen.’

Het is mijn ervaring dat we het effect van een (zogenaamd) bepalende karaktertrek op ons gedrag en daarmee ons bestaan enorm onderschatten.

En dat is fucked up, want een aantal momenten uit het verleden, waarin we op een specifieke manier reageerden om wat voor reden dan ook, wordt zo omgetoverd tot schijnbaar onoverkomelijke waarheid over wie we zijn en hoe we ons moeten gedragen tot in de oneindigheid.

En zo ontstaat een zelfvervullende voorspelling.

Zo worden kritische mensen geboren.

Zo raken we onszelf kwijt.

Lichtelijk geagiteerd.

Geloof mij: ik ben ook wel eens kritisch en koppig en ingetogen, maar dan puur als natuurlijke reactie op een actuele gebeurtenis, niet omdat ik het zie als mijn belangrijkste waarde en het daarom continu wil bevestigen.

Is het je trouwens wel eens opgevallen dat kritische mensen ook vaak een beetje kritisch en zuur (hangende mondhoeken) kijken?

Ze zijn altijd minimaal lichtelijk geagiteerd en mild afkeurend.

Ze staan nauwelijks open voor wat ze niet minimaal zes keer fronzend hebben bekeken en na veel wikken en wegen hebben goedgekeurd.

Ze zien de wereld zoals ze zichzelf zien.

Maar nu het goede nieuws: dit opent mogelijkheden.

Je kunt hiermee gaan spelen.

Want als je jezelf echt heel graag iets wil noemen, kies dan voor ‘nieuwsgierig’ of ‘avontuurlijk’, voor ‘altijd lerend’ of ‘ruim geïnteresseerd’.

Daarmee houd je het open en ruim en kansrijk.

Of, beter nog: stop met labelen. En vind jezelf elke dag opnieuw uit.

Kijk hoe het loopt, van moment tot moment, en doe wat nodig is áls het nodig is.

Je bent veel meer dan een krampachtige, beperkte verzameling eigenschappen die zich continu moet bewijzen, véél meer dan de optelsom van je ervaringen.

Je bent Alles, een onlosmakelijk onderdeel van het eindeloze, machtige geheel dat planeten laat ronddraaien, zwaluwen laat weten wanneer ze naar het zuiden moeten vliegen, eikels laat uitgroeien tot complete bossen, wondjes op je arm laat genezen, en blozende baby’s laat ontstaan vanuit het niets.

Alleen ben je dat waarschijnlijk vergeten (zoals ongeveer iedereen).

De oplossing? Kom gewoon opdagen en kijk wat er gebeurt.

Stop met wikken en wegen en indekken en voorkauwen.

Duik erin, spring er bovenop, laat je vallen, laat de rem los, open de luiken.

Dan hoef je je aan niets anders te houden dan hoe alles zich ontvouwt.

Dan leef je wérkelijk in het nu.

Ik kan het je aanraden.