Wat je over uitdagingen kunt leren van Pippi Langkous.

Net als jij houd ik van compacte, veelzeggende uitspraken. Als het gaat om lef en moed en durf is er één quote die ik heel vaak voorbij zie komen, en erg kan waarderen. Hij is niet van Einstein of Gandhi of Churchill, maar van een kleine rebel met sproeten en rode vlechten.

En die zin is:

‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!’

Deze gevleugelde uitspraak van Pippi Langkous raakt iets wezenlijks in ons dat diep verborgen ligt onder de dagelijkse geciviliseerde terughoudendheid.

Het heeft iets brutaals, iets ongenaakbaars, iets So Fucking What’s?

Het is overduidelijk het prikkelende resultaat van een avontuurlijke, nieuwsgierige en onbevreesde houding.

Precies zoals we dolgraag wat meer zouden zijn.

Pippi wie?

Voor wie haar niet kent: Pippi (voluit ‘Pippilotta Viktualia Rullgardina Krusmynta Efraimsdotter Långstrump’) is een stoere jongedame die met haar gigantische paard Kleine Witje en het aapje Meneer Nilsson in een enorm huis woont, villa Kakelbont.

Pippi’s moeder is dood, haar vader is zeerovershoofdman en leeft ver weg op het eiland Taka-Tukaland, en het feit dat ze geen ouderlijk toezicht heeft en continu spannende avonturen beleeft wordt door de verstandige grote mensen in het dorp waar ze woont met argusogen en scepsis bekeken.

Pippi is oersterk, onmetelijk rijk (ze betaalt altijd alles met gouden munten), aanstekelijk vrolijk en voor de duvel niet bang.

Maar het belangrijkste: ze bestaat niet.

Elke uitspraak van Pippi is een verzinsel van haar schepper, de schrijfster Astrid Lindgren (die de verhalen ooit voor haar dochter Karin bedacht), en alhoewel dit waarschijnlijk geen nieuws voor je is, is het wel heel belangrijk.

Want heel veel lastige situaties waarin we ons liever een beetje meer als Pippi zouden gedragen, zijn nét zo denkbeeldig als onze stoere Zweedse heldin.

En daar kunnen we iets heel wezenlijks van opsteken.

Niet echt, echt niet.

Een groot deel van ons leven wordt beheersd door denkbeeldige momenten.

Kijk maar naar onze angst, het intense ongemak, ons schijnbare onvermogen en alle zenuwen die we kunnen voelen als we vooruitdenken aan toekomstig situaties (ook al weet niemand hoe toekomstige situaties er precie uitzien).

Of neem de knopen die we steeds niet durven door te hakken, en de stappen die we zo graag zouden zetten maar dag na dag achterwege laten (zodat het gebrek aan daadkracht steeds zwaarder op ons begint te drukken).

En wat dacht je van het leven dat we zouden leiden… als er maar niet dat specifieke obstakel was, die hypotheek, ons gebrek aan talent, de collega die alles beter kan (ook slijmen bij de baas), dat gedoe met geld of onze chronische verlegenheid?

Al die dingen die voorkomen dat we op de plek zijn waar we zo naar verlangen, in de verrukkelijke vrijheid die zo ver buiten ons bereik lijkt.

Al die dingen die ons tegenhouden, beperken, klein houden.

Maar daar gaan we dus keihard de fout in.

Want het is nooit de hypotheek, de streberige collega, of het geld dat ons tegenhoudt: het zijn onze verlammende gedachten erover die het rotgevoel veroorzaken.

Wat we niet durven is allemaal denkbeeldig.

Want voor letterlijk elke ‘reële en onoverkomelijke’ horde die jij kunt verzinnen, zijn talloze voorbeelden te vinden van mensen die gewoon de sprong waagden.

Misschien struikelden ze, misschien deed het even heel veel pijn, misschien bouwden ze geduldig een trap die ze hielp het obstakel te slechten en wellicht moesten ze vijftien keer springen voor het eindelijk lukte.

Maar ze lieten zich in elk geval niet in de maling nemen door het idee dat het onmogelijk was.

Door een gedachte.

Elke beperkende overtuiging over jezelf en je mogelijkheden is niet meer dan een vluchtig verhaal dat zich zogenaamd heeft vastgezet in je hoofd, daar een zeker gewicht heeft gekregen, en op die manier realiteit is geworden.

Een mentále realiteit, geen feitelijke!

Een denkbeeld over jou en bepaalde (on)vermogens dat je zó sterk bent gaan geloven, dat het net is alsof het ook echt bestaat.

Net als Pippi, toen je klein was en ademloos keek hoe ze op tv haar paard optilde en samen met Tommy en Annika door de lucht fietste.

Want wat je niet kunt, is niet echt.

Dus…

… je hebt het nog nooit gedaan?

Tijd om het ‘ns te gaan doen.


(N.B. Het blijkt dat de stoere Pippi-uitspraak nooit door Pippi is gedaan. Maakt dat uit als hij evengoed toch past? Maakt het uit als je weet dat Pippi zelf ook niet bestaat of heeft bestaan? Ik kan er prima mee leven…)

Ik denk dat je het wel kan.