Nooit meer bang voor geluk.

Ooit was ik chronisch ongelukkig.

Ik wist niet beter.

Altijd bang, altijd onzeker, altijd in de war en boos.

En ik deed het grotendeels zelf.

Een van de dingen die ik me nog heel goed kan herinneren uit die jaren, is mijn enorme krampachtigheid ten opzichte van gevoelens van blijdschap en tevredenheid en vertrouwen.

Op de een of andere manier heb ik heel lang gedacht dat het riskant was om me goed te voelen.

Alsof er een geluksreservoir was dat kon leegraken door royaal gebruik.

Alsof het slecht voelen (dat onvermijdelijk zou volgen) veel ellendiger zou zijn als ik genoot van de spaarzame fijne momenten, omdat het contrast zo groot zou zijn, omdat ik veel dieper en harder kon vallen als ik eerst hoog was geklommen.

Alsof het ronduit fout en onverantwoord was om onbezorgd te leven, zelfs voor een half uur, en ik op die manier een shitstorm aan ellende over me zou afroepen -als een soort straf voor mijn gedrag.

Alsof ik maar beter kon wennen aan chronische tegenslag, en daarom vrijwel non-stop mijn onrust en paniekerigheid voedde.

Alsof ik erbij gebaat was om me zelf maar alvast waanzinnig kut te voelen, vóór het leven zou besluiten dat het weer even genoeg was geweest met de pret en de teleurstelling te groot zou zijn om te dragen.

Alsof het nooit anders zou zijn dan zwaar.

En als iemand me in die -lange, lange- periode van mijn leven vroeg hoe het met me ging, was ik standaard gereserveerd en terughoudend, alsof ik zo het immer wankele evenwicht kon bewaren, alsof ik de periodes tussen mijn depressies maar het best kon overbruggen met lichte wanhoop en wantrouwen, met één been in angst en onzekerheid.

Ik was eigenlijk all-out ellendig, altijd, en had een ernstig wantrouwen ten opzichte van de momenten dat de mist oploste en de zon ging schijnen.

Zó bang dat het omarmen van tevredenheid en welzijn en liefde achteraf bestraft zou worden met een lange periode van uitzichtloosheid.

Ik was doodsbang om gelukkig te zijn.

En daarom creëerde ik voor mezelf de hel.

Achterover vallen.

Gek genoeg zag ik destijds niet dat elk uurtje geluk op zichzelf stond, en het ervan genieten geen consequenties had voor de toekomst (‘Ah, je zit aan je quotum, tijd om je even een paar maanden op ellende-rantsoen te zetten!’).

Ik zag niet dat tevredenheid en vertrouwen van nature zijn ingebouwd in wie we zijn, en dat het nooit kan opraken maar slechts vertroebeld wordt door onze klauwende, grijpende, angstige gedachten over het leven.

Ik had niet door dat onder die schijnbaar onverwoestbare laag van verdriet en mislukking en schaamte, een gezond en liefdevol hart klopte.

Ik wist niet dat het leven intrinsiek oké is, dat IK oké ben, en dat elke minuut een nieuwe is, vol potentie, vol kansen op een ongekende ervaring, groei, en perfect getimede levenslessen.

Ik had nog niet begrepen dat ik liefde bén, en dat geen enkele situatie me dieper kan raken dan op het niveau van een verhaal over mij en mijn leven.

Geluk was er altijd voor me geweest, áltijd, geduldig wachtend in de luwte tot ik de controle eindelijk een keer zuchtend liet varen en achterover zou vallen in de dikke, beschermende, voedende deken die leven heet.

Ik gaf me over.

Leerde me minder te bemoeien met hoe het moest lopen en hoe ik het wilde.

Ik leerde het onverwachtse verwelkomen en het ingewikkelde liefhebben, ik leerde naar binnen te gaan en te ontdekken dat onder de angstige constructie die ik had aangezien voor wie ik ben, onkwetsbaarheid schuilde.

En dat het nooit anders was geweest.

Zo ontstond een moeitelozer, wakkerder aanwezigheid.

Gevoelens van rust en kracht, van nieuwsgierigheid en vertrouwen, vormden langzaam maar zeker de warme achtergrond van alles wat ik deed en doe.

En tegenwoordig, als ik me goed voel, dan voel ik me goed, en als ik me kut voel, is dat wat het is.

Heel helder, heel simpel.

Ik geniet als ik geniet, en ben nauwelijks meer bezig met het moment dat het minder zal zijn.

Weet ik veel wanneer, hoe erg, hoe lang?

Ik zie wel, ik voel wel, tegen die tijd.

Want ook dat is nooit echt meer een probleem.

Wat een verschil, wat een mogelijkheden.

De wereld is er voor jou, en van jou.

Grijp ‘m.


Wow.

Wow.

28/07/2020
Beautiful.

Beautiful.

19/06/2020
Helemaal oké.

Helemaal oké.

04/01/2020