Waarom zoete tweets niet altijd lekker smaken.

Gisteren las ik stomtoevallig een tweet van iemand die mij vlak daarvoor een beetje pissig ontvolgd had, en die ik zelf niet volg.

De reden van haar actie (zo liet ze haar volgers weten) was het feit dat ze er klaar mee was dat ik altijd maar schrijf dat alles goed en oké en geweldig is.

Of zoiets.

Ik begrijp dat.

Ik begrijp haar reactie.

Maar het heeft niets met mij te maken.

Vrolijke appeltaart.

Als ik compleet vol zit na een copieuze maaltijd en iemand biedt me een stuk appeltaart aan, zal ik het met opgetrokken wenkbrauwen weigeren.

Opzouten met die punt!

Alhoewel ik appeltaart waanzinnig lekker vind en je me er in principe voor wakker kunt maken, is er evengoed een tijd en een plaats voor.

En vlak na een zware maaltijd is niet die plaats of die tijd.

Zo werkt het ook met tweets of andere boodschappen waar we dagelijks tegenaan lopen.

Als jij toevallig op een plek bent waar alles kut lijkt en je bent vol van je eigen ellende, kan een optimistische boodschap in het verkeerde keelgat schieten.

De verontwaardiging en irritatie van de ontvolgster gingen niet over mij, maar waren het resultaat van timing.

Ze reageerde alsof ik eigenlijk had moeten weten dat haar (in dit specifieke geval) leven even totaal niet loopt zoals ze zou willen.

Alsof ik geen begrip voor haar had.

Alsof ik haar heel bewust een enorm stuk vrolijke appeltaart aanbood, terwijl ze net boerend haar bord van zich afduwde.

Dus ik begrijp het.

Een keuze.

Ik schrijf over het algemeen om te inspireren, te ontroeren, op te beuren, te vermaken, en om een beetje -in mijn ogen broodnodig- licht te laten schijnen op een platform dat vaak al zwaar en zwart genoeg is.

Meer pretentie heeft het niet.

Het gaat allemaal niet om hogere wiskunde, het zijn geen complexe politieke stellingnames of vuistdikke filosofieën, het is geen loodzware kost.

Ik houd het vaak luchtig en eenvoudig.

Dat betekent echter absoluut niet dat mijn leven altijd geweldig is, of dat ik zou ontkennen dat het heel ingewikkeld en onmenselijk pijnlijk kan zijn (maar daar schrijf ik dan weer blogs over, op zich).

Ik ontken niks, ik vermijd niks, maar kies er simpelweg voor me op Twitter vooral te richten op meer hoopvolle, ‘uplifting’ gedichtjes en tekstjes.

In mijn ogen houdt dat het zuiver en overzichtelijk.

Je weet als lezer waar je aan toe bent.

Bovendien: de keerzijde van de medaille krijgt al meer dan genoeg aandacht en airtime.

En die vrolijkheid, dat onbezorgde, dat is wie ik werkelijk ben.

Ik zie mezelf overigens totaal niet als een positiviteitsgoeroe.

In mijn ogen is dat iemand die koste wat het kost probeert het leuk te houden, en overal een dikke suikerlaag overheen flikkert.

De figuur die voor de spiegel gaat staan en tegen zijn chagrijnige, sombere spiegelbeeld roept dat alles FANTASTISCH is, terwijl hij zich oprecht diep ellendig voelt.

Ik heb absoluut niet de neiging te ontkennen wat er speelt en alles krampachtig te bedekken met een mierzoete spirituele mantel, maar ik heb nou eenmaal een licht wereldbeeld, een houding van vertrouwen en begrip.

Waar ik ben en ga is heel veel plek voor liefde: spontaan, puur, echt.

Ik hóef me niet eens aan te stellen om het leuk te vinden, want in mijn wereld is het allemaal vaak veel minder ellendig en problematisch en schaamtevol en schuldig en verschrikkelijk dan in die van veel andere mensen.

Mijn stukjes, mijn ideeën, mijn gedichtjes: ze komen voort uit een intrinsieke positiviteit en optimisme die volkomen natuurlijk zijn, en niet geforceerd.

Zo bén ik. Het is niet wat ik doe.

Maar dat was zeker niet altijd zo, en daarom begrijp ik heel goed hoe het is om te leven in een wereld die je niet vertrouwt.

Om rond te lopen in pijn en angst, en je kapot te ergeren aan mensen die lijken te doen alsof het allemaal geweldig is, alsof jij het fout doet.

En daarom snap ik ook dat mijn taart af en toe te veel kan zijn.

Mijn tip?

Sla ‘m dan gerust een dagje over.


How?

How?

15/05/2020