Wil je geluk of wil je gelijk?

Ik word wel eens gevraagd voor een debat, en ik weiger altijd.

Een debat is in mijn ogen een van de meest zinloze manieren om je tijd door te brengen die er bestaan.

Twee of meer ego’s draven op met een zak argumenten, met de bedoeling de ander(en) daar zo hard mogelijk mee te raken.

That’s it.

Het heeft níets te maken met naar elkaar luisteren, leren of groeien.

Het is slechts een intellectueel spel dat draait om denkbeeldige winst.

En dat soort spelletjes speel ik niet meer.

Ook omdat ik meningen nauwelijks meer interessant vind.

(Ja, wijsneus, dat is een mening. Ik zeg ook ‘nauwelijks’.)

De wereld snappen.

Het probleem met meningen is namelijk het volgende:

Niks is objectief gezien goed of slecht.

Meningen zijn een vorm van hoogstpersoonlijke virtuele goed- of afkeuring.

En achter elke mening die we over iets hebben zit weer een uitgebreid gedachtensysteem, opgebouwd in jaren en vaak totaal uitgehard, rigide, onbuigzaam.

Een complex systeem dat onze kijk op de wereld in stand houdt met tal van al dan niet arbitraire argumenten (die wij natuurlijk zien als volkomen waar).

Het lijkt alsof we dit keihard nodig hebben: een wereld, een omgeving, die we snappen, die we roerloos gevangen houden in ‘waarheden’, zodat we er min of meer controle over hebben, zodat we weten waar we aan toe zijn.

Het is alsof we meningen gebruiken om onszelf af te bakenen, als een enorme reeks denkbeeldige accessoires waarmee we laten zien wie we zijn.

Het voelt veilig als je veel uitgesproken meningen hebt.

En dat is begrijpelijk en menselijk, maar geen wetmatigheid.

Het hóeft niet.

Je hóeft niet gebakken te zitten aan je meningen.

Je hóeft niet bang te zijn dat iemand aan je wereldbeeld komt, dat iemand je ideeën ter discussie stelt, of dat iemand met zijn tengels aan je mening komt.

Je hóeft niet alles wat er om je heen gebeurt angstvallig te bevriezen in ideeën, of in een krampachtige, mentale wurggreep te dwingen, in de hoop dat je op die manier zoveel mogelijk pijn en ongemak kunt voorkomen.

Je hóeft niet vast te houden aan een idee over iets dat je ooit van een ander hebt geleerd, en nu bent gaan beschouwen als essentieel onderdeel van jou.

Waarom niet?

Meningen stellen geen fuck voor.

Het zijn niet meer dan flinterdunne, vrij willekeurige waardeoordelen waarvoor we keer op keer bevestiging zoeken.

Geen enkele mening is in feite belangrijker dan een andere, ook al vóelen die van ons alsof ze heilig zijn.

Maar niemand heeft écht gelijk.

BLØF is geen kutband.

Regen is niet vervelend.

Files zijn niet erg.

Schoonmoeders zijn geen ramp.

Trump is geen klootzak.

En festivals zijn niet de reden van je bestaan.

Natuurlijk zijn er wel allerlei arguménten aan te dragen om je stelling of positie of voorkeur te ondersteunen, maar zelfs argumenten zijn vaak subjectief en gekleurd en eenzijdig, en ik kan er altijd weer wat nieuwe tegenaan gooien die die van jou in een dubieus daglicht stellen.

Bovendien: als jouw argumenten me niet aanstaan of ik heb er even geen fatsoenlijk weerwoord op, kan ik ze makkelijk onder het tapijt vegen door te denken dat ik je gewoon een lul vind.

Case closed, lekker makkelijk.

Maar er is iets anders wat ik je duidelijk wil maken over meningen:

Het verdedigen ervan is zonde van je tijd.

Zonde, zonde, zonde.

Neem het maar aan van deze ervaringsdeskundige.

Ooit was ik dag en nacht bezig met het snoeihard consolideren van mijn kijk op de wereld, of het nou ging om de beste voetbalclub (Ajax natuurlijk, tenminste: destijds), de beste muziek (niet BLØF), de beste politieke partij, het nut van de gevangenis (minder dan we denken), smartphoneverslaving of iets enorm relevants als de keuze tussen patat of frites/friet.

Soms had ik een briljante dag en ging ik naar bed met 93 overwinningen, en de wetenschap dat ik mijn ideeën over de wereld succesvol had verdedigd.

Soms zat het nogal tegen, en bleek ik niet in staat alles te pareren, of kon ik niemand vinden om mee te strijden, en voelde ik me een fucking loser.

Puur vanwege mijn meningen.

Vanwege het feit dat iemand met een andere mening me aan het twijfelen had gebracht, of gewoon beter voorbereid was, of online door meer mensen gesteund werd tijdens onze discussie, of gewoon, zomaar, omdat het verdedigen van mijn mening me eigenlijk een enorm zuur kutgevoel gaf.

De zogenaamde victorie van het ego had altijd een bijsmaak, als het gevoel dat je kunt hebben nadat een slaande ruzie achter je ligt, en je in je oplossende boosheid realiseert wat je een ander hebt aangedaan.

En ik was nooit klaar: er was altijd weer een nieuw gevecht te leveren, een vers slachtoffer te maken, een nieuwe overwinning te boeken.

Kolere wat werd ik er moe en onrustig van.

Wist ík veel!

Poppetje Marnix.

Na een leven van vallen en opstaan, na tientallen jaren trial and error, zie ik mijn meningen tegenwoordig als de willekeurige voorkeuren die het zijn.

Als een symbool op een rijstpapieren wand in een Japans huis.

Als gekleurde ideeën die meestal niet voortkomen uit mijn diepste wijsheid, maar het gevolg zijn van conditionering en blootstelling aan denkbeelden onder heel specifieke omstandigheden.

En zeker niet als wáárheden.

Ik heb er immers in de meeste gevallen niet zelf voor gekozen om bepaalde dingen te vinden van dingen, maar het werd me netjes aangeleerd, met de paplepel ingegoten, voorgehouden, gedrild, als waarheid verkocht.

En dus ging ik erin geloven.

Maar ik weet nu dat het allemaal totaal onbelangrijk is.

Dat het slechts iets zegt over het poppetje Marnix, de rol die ik speel, en niet over wie ik werkelijk ben.

En dus zijn mijn meningen niet langer meer de wurgende waarheden die ik tot de dood (ik overdrijf graag) moest verdedigen.

Dus discussieer ik nauwelijks meer, maar heb ik nog wel open gesprekken.

Dus kijk ik meer en meer met open ogen naar de wereld, omdat ik weet dat al die andere droomwezens met hun rigide ideeën, simpelweg niet beter weten.

En omdat ik weet dat veiligheid geen kwestie is van alles proberen te snappen en te labelen en onder controle te krijgen en te manipuleren, maar slechts een aantrekkelijke illusie, en dát geeft me juist een veilig gevoel.

Het leven zorgt voor ons, voor mij, voor jou.

En als je minder gelijk hoeft te hebben, word je vanzelf gelukkiger.

Dat is mijn mening.

Doe er iets leuks mee.


Geen paniek!

Geen paniek!

23/03/2020