Waarom je nooit iets anders hoeft te doen dan gewoon opdagen.

Sinds een paar jaar bestaat mijn werkzame leven uit het praten met heel verschillende mensen, 1-op-1.

Ik luister, deel, vraag, prik en wijs.

Noem het ‘coachen’, of noem het een uitwisseling van ideeën over de dagelijkse strijd, en het helder maken van wat vaak zo troebel lijkt.

Het zijn vaak prachtige ontmoetingen die gaan over het leven in de breedste zin van het woord: over angst, twijfel, keuzes, carrière, kinderen, somberheid, verslavingen, grenzen, kwetsbaarheid, dromen en valkuilen.

Tijdens die sessies luister ik diep naar wie er tegenover me zit, zodat ik hem of haar zo helder mogelijk kan teruggeven hoe ze naar hun leven kijken, wat ze dat aan belemmeringen en stress en pijn oplevert, en hoe het óók kan.

Als een soort liefdevolle, confronterende spiegel.

Met een baard.

Het is een fantastische manier om je geld te verdienen (dankbaar, leerzaam, extreem gevarieerd, kleurrijk, en ik kan er al mijn moeizaam verworven levenservaring in kwijt), en daarom heb ik soms ineens de neiging het serieus te nemen.

Té serieus.

Op een verkrampte, weinig zinvolle en te verstandelijke manier, bedoel ik.

Ik ken mijn verantwoordelijkheid en waardeer het enorm dat ik vaak zo snel in vertrouwen genomen word, en ik weet ook dat er sprake is van heel veel hoop en verwachting op een bedje van weinig zelfvertrouwen en een schijnbaar fragiele basis, maar je kunt evengoed nog steeds met speels plezier, compleet gemak en zelfs een zekere frisse vrijblijvendheid aan de slag gaan.

Dat móet zelfs, vind ik.

Coachen is in mijn ogen niet een slim kunstje of het toepassen van een paar technieken. Ongetwijfeld kun je op die manieren best het een en ander bereiken, maar het is gewoon niet mijn stijl, het past me niet.

Als ik mensen maar één ding zou kunnen meegeven, is het dat ze perfect zijn toegerust voor het leven, en dat er letterlijk níets is dat ze uit de weg hoeven te gaan.

Buiten het feit dat ze absoluut hun dromen kunnen waarmaken, een opzienbarende carrière kunnen realiseren, een waanzinnige partner kunnen vinden, dat zingeving een essentieel onderdeel van hun leven kan (en moet!) worden, en dat ze kunnen leren lief en begripvol voor zichzelf en anderen te zijn, is de nummer 1 van inzichten waar ik op aanstuur een diep, díep gevoel van vertrouwen in hun aangeboren capaciteiten.

Het is de sterke overtuiging dat je alles wat belangrijk is ook kunt (leren), en het geruststellende weten dat als het zogenaamd mislukt, er nog steeds niks aan de hand is.

Verliezen is op die manier onmogelijk.

‘Wat het ook is, waar het ook is en met wie dan ook: je hoeft alleen maar op te komen dagen. En dan komt de rest vanzelf. Duik er maar in, wees nieuwsgierig naar de mix van onrust, opwinding, lef en angst die je ervaart, en je ontdekt vanzelf wat je in huis hebt. Wat kan er WERKELIJK misgaan?’

Dat lijkt soms gruwelijk confronterend en belachelijk eng, vooral in het begin, maar eng is geen reden om iets niet te doen, maar juist een mogelijkheid om te ontdekken wat je wél kunt doen.

Het heet niet voor niets ‘de moeite waard’.

Je wil léven, voluit en enthousiast en ongeremd en misschien wel een beetje viezig of rommelig of rafelig, maar in elk geval niet de hele dag bezig zijn met technieken en houdingen en trucjes en methodes.

Je wil dat het soepel gaat, óók als het wringt.

Je wil diep van binnen voelen dat je altijd zal doen wat er gebeuren moet, wannéér het gebeuren moet, en dat die creatieve vaardigheid je nooit in de steek zal laten.

En laten we eerlijk zijn: je kunt nooit precies verzinnen hoe situaties gaan lopen, dus laat dat belachelijke idee vooral lekker los.

Alles draait om een wezenlijk, universeel vertrouwen, een kracht die niets te maken heeft met zelfoverschatting of jezelf overdreven oppeppen, maar een existentieel weten dat het niet uitmaakt dat je zenuwachtig bent, met je mond vol tanden staat, of regelmatig wordt uitgelachen of niet begrepen.

Dat is wat ik je wil meegeven.

Wat je nodig hebt, voor welke situatie dan ook, héb je al.

Het líjkt alleen alsof er van alles aan je ontbreekt. Het lijkt maar zo.

Zo heb je leren denken, zo is je dat verteld door mensen die belangrijk voor je waren, en -eerlijk is eerlijk- meestal het beste met je voor hadden.

En natuurlijk ben je dat gaan geloven.

Alle beperkingen, de zelfonderschatting, de reserve, de voorzichtigheid.

Maar ik wil je laten zien dat het allemaal maar ideeën zijn.

Fantomen, fata morgana’s, denkbeeldige dilemma’s, virtuele obstakels.

Dat inzicht verandert uiteindelijk alles, en maakt de weg vrij voor een leven dat je niet meer op de rem leeft, niet langer zuinig en angstig.

Je hébt het al.

Wat je daarvoor nodig hebt zit al in jou, zat altijd al in jou, en er zijn dus ook geen technieken nodig om je wereld te vergroten en weer adem te kunnen halen.

In plaats van een loodzware kist met voor elke situatie het juiste gereedschap, leer je vertrouwen op de basis, het fundament, en zo stap je steeds vaker het leven in met een diepe nieuwsgierigheid, optimisme, en een gezonde hoeveelheid zelfvertrouwen en vindingrijkheid.

Het geeft je totale, ultieme flexibiliteit.

Het is meer dan genoeg voor élke situatie, dus je eindeloos voorbereiden en je druk maken mag je voorgoed vergeten.

En zo kom ik vanzelf bij het punt dat ik in dit blog graag wilde maken:

Dit is precies hoe ik coach.

Ik verzin niet van tevoren wat ik ga zeggen of wat iemand nodig heeft.

Ik gebruik geen methodes, geen oefeningen, helemaal niks.

Ik doe wat ik hartstochtelijk promoot: ik ben er, ik ben er helemaal.

Vers, nieuw, open, eerlijk, bereidwillig, onbevooroordeeld.

Ik bén er.

Omdat ik er 100% op vertrouw dat álles wat nodig is voor een opzienbarend gesprek, van mooie metaforen tot de belangrijkste stilte, zich zal aandienen als het er tijd voor is, en dat het leven veel beter weet wat goed is voor het gesprek dan ik ooit zal kunnen bedenken.

En hoe zou ik dat hele idee van gewoon opdagen in vol vertrouwen écht kunnen overbrengen als ik het zelf niet eens in de praktijk bracht?!

Dus ik ben er.

Soms een beetje zenuwachtig, soms nog in de nasleep van een kutbui, soms zelfs verdrietig en een beetje in de war.

Maar ik ben er.

En dan zien we het verder wel.

Dan word je gezien als nooit tevoren.

Zo wordt álles magisch.