Wakker liggen om niks.

Je ligt in je bed, en kijkt naar het plafond.

Zo vlak voor het slapen denk je altijd vast wat na over je agenda, over de komende dag.

Morgen heb je x, y en z.

Je gaat ze even langs, mentaal, ter voorbereiding.

Het dekbed omsluit je lichaam voorbeeldig.

Als eerste x.

X vind je leuk, je doet het graag, en als je terugdenkt aan alle vorige keren dat je bezig was met x, verschijnt er een royale glimlach om je mond.

Je ligt heerlijk in je drie kussens. De wereld is oké.

X is tof, x for president!

Dan komt y, dat is beslist een ander verhaal. Y vind je duidelijk minder.

Y is lastig. Een beetje een uitdaging.

Je ontdekt een spinnenweb in de lamp boven je bed.

De glimlach schuift stilletjes van je gezicht af.

Y is geen ramp, dat niet, en niet alsof je de toiletten moet schoonmaken met een lege plantenspuit na drie dagen Zwarte Cross, maar jij en y worden nooit dikke vrienden.

Het is er een in de categorie ‘Vooruit dan maar’.

Je zucht.

Y.

Check.

En daar heb je ten slotte z.

Oeh.

En fuck.

Je verafschuwt z.

En dat voel je nu ook. De pure afkeer druppelt je lichaam binnen.

Haat aan z.

Z zuigt sterrenstelsels.

Z is een dealbreaker.

Er zit een scheur in het behang, de kussens liggen scheef, en je haat inmiddels de hele wereld.

Terwijl je in je bed ligt.

Terwijl morgen nog helemaal niet bestaat.

Terwijl de wereld dezelfde wereld was als even tevoren (toen je nog lekker in je kussens lag, nog vóór de Zwarte Cross).

Je gaat moeiteloos van x naar z, van blij naar boos, in tien minuten.

In je hoofd.

Alleen maar in je hoofd, en nergens anders.

Een klein mentaal reisje, vanuit je bed.

Drie kussens als getuige.

Maar er is geen x, geen y, en geen z.

Niet hier, niet nu.

Dus ga lekker slapen: morgen, is morgen.

ZZZZZZ…


(Lig je vaak wakker, pieker je veel? Of wil je juist wakker worden? Misschien kan ik je helpen. Ik coach. En niet kinderachtig.)


Not me.

Not me.

12/10/2019