Het idee dat jij je hoofd moet fixen.

Hé Marnix, jij weet dingen altijd zo mooi te verwoorden.

Wat zou jij tegen iemand zeggen die het lastig vindt zichzelf serieus te nemen, voor zichzelf op te komen en daarmee van zichzelf te houden? Punt is, ze voelt van alles, maar mag dat niet van zichzelf en rationaliseert alles stuk. Ik weet soms niet zo goed meer wat ik tegen haar moet zeggen, dus misschien heb jij de wonderlijke woorden wel?


Hoi!

Het is altijd lastig als iemand niet meer het vermogen heeft los te komen van zijn persoonlijke verhaal. Want het voelt zo echt.

En daar weet ik letterlijk álles van.

Jaren geleden had ik regelmatig onredelijk heftige paniekaanvallen.

Intense fysieke gebeurtenissen die me het idee gaven dat ik gek werd, flauw zou vallen en een hartaanval zou krijgen. Ze duurden soms uren, en er was níets wat ik kon doen behalve wachten tot ze weer voorbij waren (wat natuurlijk altijd weer gebeurde).

Maar het bizarre was: de angst die ik voelde was per definitie ongegrond.

Het ging nooit om écht dreigende situaties, en was áltijd een misverstand, een complex samenspel tussen een op hol geslagen lichaam, en gedachten die braaf meededen en het drama vervolgens eindeloos opvoerden.

Eigenlijk ging het helemaal nergens over.

Maar was ik niet tóch vreselijk bang? Was ik er niet heilig van overtuigd dat mijn hoofd zou ontploffen, en dat het nooit maar dan ook NOOIT meer zou overgaan? Dat wás toch gewoon zo?

Absoluut. De ervaring was vreselijk. En overweldigend. En onheilspellend.

Maar het zei helemaal niks over mij, behalve dat ik het vertrouwen in het leven even was kwijtgeraakt, en een bepaald gevoel per ongeluk had aangezien voor het begin van het einde.

Want zo gaat dat vaak.

Er ontstaat een verhaal, dat verhaal neemt een specifiek gevoel met zich mee, en in plaats van dat we het gevoel accepteren en geheel natuurlijk voorbij laten gaan (en dus niet ingewikkelder maken dan het is), gaan we er direct tegen vechten.

We willen het niet. Het moet weg! En dat is natuurlijk best logisch, op zich, en vooral heel begrijpelijk. Maar niet handig. Want dat zorgt alleen maar voor weerstand die het gevoel juist voedt en sterker maakt.

Je vriendin lijkt duidelijk verstrikt te zitten in haar verhaal. Maar niet alleen dat: ze ziet op dit moment geen uitweg of oplossing voor alle dingen waarvan ze denkt dat die haar bedreigen of beknotten of haar leven tot een hel maken (een oplossing die in dit geval alleen maar een andere gedachte zou betekenen trouwens, maar dan een die ze wél leuk vindt).

Met andere woorden: ze heeft nu gewoon even niet de gedachten die haar rustig maken en haar vertrouwen geven.

Alleen maak ik me daar geen seconde zorgen om. Echt, nul.

Ik zal uitleggen waarom niet.

Onhandige gewoontes.

We denken dat we altijd alles moeten weten, en alles moeten kunnen oplossen.

We zoeken naar ‘praktische oplossingen’.

Maar dit betekent automatisch dat we tal van gewoontes ontwikkelen die helemaal niet handig of constructief zijn, en die stuk voor stuk gebaseerd zijn op de zogenaamde en vooral onredelijk overdreven gepercipieerde macht van ons denken.

In de categorie Onhandige Tradities neemt ‘Je Zorgen Maken Over Dingen’ een aparte en gerespecteerde plaats in.

Het is een enorm populaire: veel, heel veel mensen maken zich continu zorgen en piekeren zich een ongeluk.

Over hun gezondheid, geld, het klimaat, hun baan, de kinderen of hun ouders, of de nieuwe iPhone (zijn ze wel de eerste die hem heeft?).

Maar ook over dat ze niet de moeite waard zijn, dat ze niets mogen voelen, dat andere mensen ze niet spectaculair en interessant vinden, en ze zichzelf vooral niet serieus mogen nemen.

En natuurlijk weten ze op dat moment ook ZEKER dat al die gevoelens en ideeën waar zijn en nooit meer voorbij zullen gaan (zoals ik ook dacht tijdens mijn paniekaanvallen).

Dus blíjven ze maar piekeren, tientallen scenario’s bedenken en opgefokt naar oplossingen zoeken, vanuit het kolossale misverstand… dat éxtra hard nadenken extra goede en bruikbare resultaten oplevert.

Alleen klopt daar geen fuck van.

Het is namelijk niet zo dat je creatief wordt of ineens allerlei crispy nieuwe oplossingen ziet als je totaal verkrampt van de zorgen in bed of op de bank ligt. Zo werkt het nooit. Maar we hebben nu eenmaal altijd geleerd dat je dingen (ook en misschien wel júist mentale dingen) onder controle moet zien te krijgen, dat je je op alles moet voorbereiden, verzekerd moet zijn voor alles, en al die andere dingen die we doen uit schijnzekerheid.

Not gonna work.

Maar eerst moet je voor jezelf inzien dat álles wat je denkt, tijdelijk is.

En vluchtig.

Dat er inderdaad een gedachte kan zijn die je misschien angst inboezemt en die je al heel vaak hebt gehad, maar dat hij van huis uit NUL macht, waarde of vernietigend vermogen heeft.

Een gedachte die door jou genegeerd wordt is kansloos en sterft snel uit (trouwens: een gedachte waar je je aan vastklampt sterft ook uit, maar dan duurt het vaak net wat langer en wordt hij vaak vervangen door een nieuwe met ongeveer dezelfde strekking, dus dat is minder).

Want zonder weerstand, zonder geloof, zonder investering, is een gedachte helemaal nergens. Letterlijk. Maar dat moet je eerst even duidelijk krijgen.

Vertrouwd raken met wat je denkt en vooral dat wát je denkt in feite niets over je zegt, behalve dat jíj het toevallig ervaart, is het begin van totale ontspanning en een vrij leven. En dát wil je.

Als je meer en meer durft te kijken naar de totaal willekeurige parade van flauwekul en drama die er de hele dag door je hoofd marcheert, als je eenmaal snapt dat je álles wat je ooit gedacht hebt na een tijdje ook weer vergeten was (en dat het je niet letterlijk gewond achterliet), verliezen gedachten de kracht die je ze ooit per ongeluk gegeven hebt, zoals we dat nu eenmaal allemaal gewend zijn.

Want het is gewoon een enorm misverstand. Je hóeft er niks mee.

Hoe meer je vertrouwd raakt met wat je denkt en daardoor voelt (want dat is altijd de volgorde), hoe meer je de mogelijkheid hebt om niet meer zo te piekeren. Er ontstaat vertrouwen in de natuurlijke flow van je geest, in het opbouwende, creatieve karakter dat een hoofd in rust bezit.

Je gaat weer geloven in je oerkracht en wijsheid die je nooit hebben verlaten.

Oh, sure, onrustige gedachten over je baan of geld of je relatie of jezelf, zullen echt nog wel voorbij komen. Dat is nu eemaal wat ons hoofd doet. Maar je hebt steeds minder de neiging om meteen in paniek te raken.

En dat betekent dat ook het piekeren zal afnemen, en er ook steeds vaker frisse oplossingen zullen ontstaan voor situaties waar je ooit gillend voor weg rende. Alles wordt makkelijker, vanzelfsprekender.

Leren wat we al weten.

We piekeren omdat we geloven dat het zin heeft om eindeloos om onze problemen heen te lopen.

Omdat we onbewust het idee hebben dat als we ons maar genoeg zorgen maken, we dan waarschijnlijk de juiste energie in het probleem stoppen en in íeder geval nooit zullen denken dat we te weinig ons best hebben gedaan (zodat we ons daar tenminste niet schuldig over voelen).

En we piekeren voorál omdat we in een wereld leven waarin ‘DOEN!’ fucking heilig is verklaard, en het dus min of meer uit den boze is om dingen af en toe op hun natuurlijke beloop te laten.

Terwijl dat laatste juist het áller-, allerbelangrijkste is om te leren!

(Of, wéér te leren, want jonge kinderen doen het gewoon moeiteloos, van nature.)

Het gekke is dat iedereen wel ervaringen heeft met behulpzame spontane ingevingen, oplossingen uit het niets, intuïtieve duwtjes, aha-momenten en omstandigheden die zomaar ineens enorm ten goede veranderden, terwijl wij nog druk aan het piekeren waren en de verkeerde kant op keken.

En tóch denken we dat we alles zelf moeten fixen.

Maar het idee dat je de toekomst kunt veranderen en dat je je pijn kunt wegnemen door perfecte gedachten te hebben is niet alleen heel naïef, maar ook totaal niet relaxed.

Je wil namelijk helemaal niet afhankelijk zijn van de perfecte gedachte: je wil ontspannen leven, met álle vertrouwen in de fenomenale intuïtieve sturing van je hart (of je ziel, of allebei), en het fascinerende -maar veel te vaak opgehemelde- intellect als kers op de taart. Maar in elk geval onafhankelijk van de content van je gedachten.

En als je daar weer langzaam terugkeert, in die krachtige rust, zie je die gedachten, die verhalen die nu nog zo ingewikkeld lijken en je zoveel angst kunnen inboezemen, ineens voor wat ze zijn: een soort sprookjes.

Je wil niet constant leuke dingen denken, want dat is gewoon geen reële mogelijkheid: wat je wil is de rustige ruimte terugvinden die nooit écht verdwenen is, maar al die tijd overschaduwd leek door ideeën over jouw bemoeienis met het leven, en de panische angst om verkeerde keuzes te maken.

Je wil niet meer afhankelijk zijn van wat je denkt, maar denken ervaren als dat wat het werkelijk is: activiteit van je hoofd. Punt. Soms nuttig, soms handig, vaak totaal van de pot gerukt en compleet willekeurig.

Maar nooit iets waar je in mee móet gaan.

Als je het leven weer leert vertrouwen, en dat gaat gebeuren omdat het je met veel geduld die kant op zal duwen, zul je merken dat al jouw geestelijke getouwtrek nooit nodig was en ook nooit meer zal zijn.

Dat je het jezelf al die tijd veel te moeilijk hebt gemaakt, omdat je dacht dat het zo hoorde — net als zo’n beetje iedereen op de wereld.

En weet je wat écht mooi is?

De rustige ruimte is nooit weggeweest. Hij was er altijd, als bescheiden toeschouwer, als onopvallende kracht in de achtergond, terwijl jij druk aan het worstelen was met hoe je wel of niet moest zijn.

Geef je over en laat de vredigheid je weer terugvinden.

Dan komen álle antwoorden helemaal vanzelf.