Spiritueel gedrag.

In een Amsterdams café werkte ik een tijd geleden aan een communicatieconcept, samen met briljante art director en grote vriend Lennart. We lullen veel op zo’n dag, en op een gegeven moment vertelde ik hem over de intense frustratie die ik soms voel over menselijk gedrag.

Hij vond dat gek.

‘Met jouw wijsheid en ontwikkeling zou je toch inmiddels beter moeten weten dan dingen van mensen verwachten, laat stáán je erover opwinden?!’ was z’n reactie. Hij vond het maar weinig volwassen, en ook niet echt spiritueel.

En dat is dus een groot misverstand, wat mij betreft.

Het algemene idee is dat er zoiets bestaat als ‘ultiem spiritueel gedrag’: nooit boos worden of geïrriteerd raken, niks van wie dan ook verwachten, eindeloos om alles lachen, en áltijd maar grenzeloos positief blijven.

Hoe ‘verder’ je bent, hoe minder al die primitieve menselijke trekjes invloed op je zouden moeten hebben. En ik herken dat beeld maar al te goed.

Na een leven vol negativiteit wilde ik een paar jaar geleden dolgraag radicaal veranderen. Ik stortte me hartstochtelijk en met een ongekend enthousiasme op spiritualiteit, mediteerde en las me helemaal suf, en deed er álles aan om te voldoen aan het vertrouwde beeld van de gevorderde zoeker.

Inclusief totale ontkenning van wat ik écht voelde.

Wát een gelul.

Een paar jaar lang vrat ik mezelf compleet op als ik pissig werd, en schaamde ik me kapot als ik iemand veroordeelde.

Ik zag het als duidelijke signalen dat ik ‘er nog lang niet was’. Die sfeer.

Volgens mij lopen heel veel mensen daar tegenaan in hun zoektocht naar geestelijke, niet-intellectuele ontwikkeling: ze kennen de ideale plaatjes, de heldere verhalen en glanzende ideeën, en daarin lijkt geen enkele ruimte te zijn voor spontane lelijkheid, smerige opwellingen, of rauwe impulsieve viezigheid.

Wat er op een gegeven moment gebeurt is dat je met heel veel moeite zogenaamd alles accepteert (een heel populair doel), maar de dingen die je als ‘fout’ en onspiritueel bestempeld juist krampachtig uit je buurt wil houden.

Een woede-uitbarsting is dan totaal verkeerd. Iemand verwensen tien stappen terug. En elke andere niet lieve of anderszins weinig verlichte actie, genoeg voor een paar dagen zelfkritiek of knagend verwijt.

Maar het hele idee van accepteren wat je overkomt heeft níets te maken met je alles maar laten aanleunen. Met keihard lachen als je geliefde er ineens een punt achter zet. Met je laten kleineren, schofferen, of voor lul laten zetten. Met het ten koste van álles smoren en bedwingen van doodnormale reacties als boosheid en jaloezie, en daarmee het ontkennen van een deel van jezelf.

Volgens mij heeft spirituele groei — áls het al bestaat natuurlijk — niks te maken met voorbeeldig gedrag, met die serene heiligheid die je ziet bij moderne koudgeperste zwevers, maar juist álles met het volledig omarmen van je menselijkheid.

Alles.

Het héle, prachtige, kleurrijke kolerepakket.

Vloeken is net zo goed spiritueel als een stilte-retraite.

Poepen en kotsen zijn geen haar minder dan wierook branden en aan je chakra’s werken. Het hele idee dat je pas écht goed bezig bent als je op een glimlachende sok lijkt, is totale waanzin.

Dus laat je gewoon gaan. Wees verdomme echt. En vooral geen verantwoorde, van alle rafelrandjes gespeende druipkaars.

Fuck it!