Het monster in de kast.

Verdriet, frustratie, angst, onzekerheid.

Je wil het niet, want het doet pijn.

We worstelen ermee, proberen eraan te ontsnappen, het te ontkennen of te onderdrukken.

Maar dat ís juist de pijn.

Pijn is het fysieke resultaat van weerstand.

De weerstand van het niet-onderzochte, het vermeende, het sluimerende.

Pijn is het gevoel dat ontstaat als we denken aan het monster in de kast, en er vervolgens met een grote boog omheen lopen, met als gevolg dat we alleen maar meer kasten met monsters tegenkomen.

Pijn is het denken zelf, het schurende, het beklemmende, het idéé.

Pijn is de energie van gespannen verwachting.

En pijn staat niet op zichzelf.

Het is een signaal, een echo.

Een dringend verzoek om te ontspannen.

Waar fysieke pijn je waarschuwt om een beschadigde plek te ontzien, werkt het bij mentale pijn juist andersom.

De directe confrontatie lost het op.

Met niets meer dan nieuwsgierige en onpartijdige aandacht gaat het vanzelf weg, vaak heel snel, omdat de spanning van vermijding het alleen maar erger en groter maakte.

Mentale pijn onderzoeken en accepteren gaat niet over het vinden van de oorzaak of het eindeloos peuteren in je verleden: een open tegemoetkomen is genoeg.

Een verwelkomen, in plaats van een verketteren.

En dat klinkt misschien juist éxtra eng, want waarom zou je vol in het gevoel duiken waar je juist zo ongemakkelijk van wordt?

Wordt het dan niet juist veel erger en ondraaglijker?

Nee, dat is slechts het idee dat de ellende in stand houdt.

Onbevooroordeeld met je pijn zijn, het in de ogen kijken en er niets mee willen, maakt er vrijwel meteen een einde aan.

De bereidheid er even (al is het maar twintig seconden) niks van te vinden maar het alleen maar heel direct te ervaren, heft de spanning op, en daarmee de pijn.

Want als de kast open gaat en het licht springt aan, blijkt het monster nergens te vinden.

Weg angst, weg pijn.


Wasting time.

Wasting time.

23/01/2020
Geen paniek!

Geen paniek!

23/03/2020
Dear universe,

Dear universe,

14/01/2020