Wat doe je als je de wereld niet vertrouwt?

Als je bent opgegroeid in een omgeving waar de regels steeds veranderden, waar de mensen op wie je moest kunnen vertrouwen zichzelf niet vertrouwden?

En waar je onzekerheid en overweldigende emoties niet gehoord, gezien, en gerespecteerd werden?

Dan ga je (onbewust) regels maken die je schijnzekerheid bieden.

Ik zie eigenlijk nu pas heel helder, op mijn 55ste, hoeveel ik me al heel vroeg heb moeten aanpassen om niet helemaal gek te worden van continue angst en onbegrip.

Van wezenlijk anders zijn.

Dus ik sloot me af.

Ik deed alsof.

Ik observeerde en analyseerde en ruilde mijn spontaniteit en onschuld in voor gedetailleerde formules en specifiek gedrag.

Dat creëerde mijn zelfverzonnen basis, en dat wérd mijn persoonlijkheid.

Als je de wereld niet vertrouwt bouw je een eigen versie die in zekere mate voorspelbaar en hanteerbaar is.

Je leert je inhouden, je leert wat scoort en door anderen gewaardeerd wordt (of in elk geval niet gezien wordt als te afwijkend en bedreigend), en je wordt een meester in manipuleren om je kwetsbaarheid te beschermen.

Die bewuste houding heeft allerlei maatschappelijke en sociale voordelen, maar het zorgt er ook voor dat je eigenheid geen ruimte krijgt.

Mijn voorstellingsvermogen was onbegrensd en mijn fantasie roekeloos en kleurrijk, en dat maakte me extreem onzeker.

Mijn empathie was een emotionele verantwoordelijkheid die ik niet aan kon omdat ik daar simpelweg te onvolwassen en onervaren voor was.

Dus toen ik ouder werd moest ik nog meer uit de kast halen.

Meer dempen, meer verstoppen, meer analyseren, en nog beter opletten.

Ik bouwde een ongenaakbaar persoon, een bestudeerd wezen dat geen ruimte meer had voor de willekeur van het bestaan.

Maar ik veranderde niet wezenlijk, alleen oppervlakkig.

Dat deed pijn.

En daar heb ik vele jaren mee rondgelopen.

Als je de wereld niet vertrouwt maar je kunt ‘m wel haarfijn lezen en inschatten, dan maak je gebruik van je talent en maak je er het beste van.

Niet de beste en eerlijkste versie van jezelf, maar de minst schurende, de minst uitdagende.

Ik heb mijn rijkdom per ongeluk beschouwd als armoede.

Ik heb altijd verlangd naar de eenvoud van normaal zijn, niet omdat ik zeker wist dat dat beter was, maar omdat de complexiteit van mijn innerlijke wereld me overweldigde.

Toen ik hulp zocht kreeg ik labels opgeplakt die altijd verwezen naar een bepaalde zwakte en een zeker gebrek, en nooit ruimte boden voor mijn intense en immense kracht.

Nu zie ik dat, eindelijk.

En ik ben klaar om het volledig te omarmen.

(Foto door @jupp, voor Unsplash)